Verburch-hof

Speel veel woordspelletjes

Spelletjes om samen met uw kind zijn of haar woordenschat te vergroten! Met een grote woordenschat gaat het begrijpend lezen ook beter.
Voor meer info zie de site van www.wijzeroverdebasisschool.nl

Speel veel woordspelletjes:
*Scrabbelen: Kinderen kunnen vanaf groep 4 al scrabbelen. Spreek af dat ze altijd een woordenboek mogen gebruiken om te zien of een woord dat ze gevonden hebben wel bestaat. Maar ze mogen het pas neerleggen als ze zelf in hun eigen woorden kunnen uitleggen wat het is.
*Stapelwoord: dit is een variant op scrabbelen. De spelers mogen al gelegde woorden veranderen door één of meerdere van hun eigen letters op het woord te leggen. Zo kan ‘leuk’ veranderen in luik, of leus, of deuk enz. Ook erg leuk voor beginnende lezers!
*Woordenslang: bijvoorbeeld: gewoon, woning, ingewikkeld, wikkeldoek enzovoorts. De eerste die geen aansluitend woord weet is af.
*Een variatie op dit spelletje is om allerlei woorden te bedenken waarin hetzelfde woord voorkomt. Bijvoorbeeld het woord – houd-. Houdbaar, vasthouden, onophoudelijk, behouden, onthouden, ophouden enz. Je kind leert hierdoor weer nieuwe woorden, maar gaat ook meer structuur in de taal ontdekken. Het zal in een onbekend woord eerder op zoek gaan naar een deel wat het wél kent.
*Welk woord hoort er niet bij: bedenk steeds 3 woorden die iets met elkaar te maken hebben, en één woord dat er niet bij hoort. De anderen moeten zeggen welk woord er niet bij hoort en waarom. Daarbij zijn meerdere antwoorden goed, als er maar een goede redenatie achter zit. Voorbeeld: boom, stam, tak, kroon. Boom hoort er niet bij omdat de andere woorden allemaal onderdelen zijn van een boom. Je kind zal misschien denken dat ‘kroon’ er niet bij hoort omdat het dat woord niet herkent als onderdeel van een boom, dus dat is niet goed (maar je kind heeft wel wat geleerd). Een ander voorbeeld: fiets, auto, tram, taxi: een fiets kan je kind zelf besturen maar de rest niet. Maar een tram heeft geen banden en de rest wel. Het woord fiets heeft ook 5 letters, en de rest vier. In een tram kunnen wel 100 mensen, maar in de rest niet. Als je kind een goede reden kan geven waarom een woord er niet bijhoort, heeft het een punt. Laat je kind ook zelf woordrijtjes bedenken. In andere rijtjes kunnen bijvoorbeeld 3 woorden staan die 2 betekenissen hebben, en eentje met maar één betekenis. Of 3 woorden die rijmen en de vierde niet. Je zult merken dat je steeds creatiever wordt in het bedenken. Het is ook leuk om de originele gedachten van je kind te ontdekken. Kinderen leggen vaak heel andere verbanden. Laat je kind vooral ook zelf rijtjes bedenken, en laat het daarbij een kinderwoordenboek gebruiken (bijvoorbeeld Mijn Derde van Dale, zie hieronder). Met dit spelletje leert je kind niet alleen nieuwe woorden, maar het leert ook logischdenken, redeneren, verbanden leggen enzovoorts. Dit zijn allemaal belangrijke voorwaarden voor het begrijpend lezen! Speel dit spelletje iedere dag een minuut of 10, tijdens het eten, in de auto of op de fiets.
*Speel ’30 seconds’. Misschien ken je dit populaire spel al. Het leuke is dat er nu een nieuwe versie van is uitgegeven, met alledaagse woorden. Dit spel is vooral erg leuk voor kinderen in de bovenbouw. Een gratis variant op dit spel is het ‘spel met de hoed’. Dit gaat zo: in de eerste ronde schrijft iedereen op 5 briefjes verschillende woorden die met een van te voren afgesproken thema te maken hebben, bijvoorbeeld vakantie. Zorg dat je zelf dat je er wat moeilijkere woorden instopt. Alle briefjes gaan dichtgevouwen in een hoed. Twee groepen spelen tegen elkaar. Een van de teamleden mag een minuut lang proberen om zoveel mogelijk woorden te laten raden door het woord te omschrijven. Daarna is het andere team aan de beurt. Als alle briefjes op zijn, gaan ze terug in de hoed. In de tweede ronde mag je de woorden alleen uitbeelden, zonder te praten. In de derde ronde mag je per woord alleen één trefwoord noemen. Hier is het weer de herhaling waardoor kinderen de nieuwe woorden onthouden.

Bij al deze spelletjes is het belangrijk om veel uit te leggen. Schrijf de woorden die je kind niet kent weer in het woordenschrift, en probeer ze nog een paar keer te gebruiken als het zo uitkomt (zie je dat nest in de kroon van boom..). Gebruik ook tegenstellingen, meervouden, en geef  synoniemen. Nog een belangrijke aanrader is de boekenserie Mijn eerste, tweede en derde van Dale. Deze boeken zijn een goed houvast als je de woordenschat van je kind wil uitbreiden.
*Mijn eerste Van Dale is een voorleeswoordenboek voor kinderen vanaf 2 jaar. Dit woordenboek bevat de eerste 1000 woorden die je kind moet kennen voordat het naar de basisschool gaat. De betekenis van de woorden wordt uitgelegd in versjes en plaatjes. In de inhoudsopgave worden de woorden ook per thema geordend. Zo kun je gemakkelijk alle verhaaltjes rond een bepaald thema vinden, bijvoorbeeld verjaardag’ als je kind bijna jarig is. Door een poosje met hetzelfde thema bezig te zijn, onthoud je kind de nieuwe woorden beter, doordat ze in een soort netwerk worden opgeslagen in de hersenen.
*Mijn Tweede van Dale is een (voorlees)woordenboek voor kinderen vanaf 4 jaar. Er staan 1000 abstracte en voor kinderen moeilijk uit te leggen woorden in zoals verliefd, verdrietig, ademen, zich aanstellen. Per trefwoord worden gemiddeld 3 begrippen die met elkaar te maken hebben, uitgelegd in voorleesverhaaltjes en geïllustreerd met een tekening. Achterinstaan de woorden ook weer geordend per thema.
*Mijn derde Van Dale draait om woorden met dubbele betekenissen. In grappige en spannende verhaaltjes komen de betekenisverschillen van woorden naar voren. Die betekenissen worden ook nog eens verklaard in echte definities. Mijn derde Van Dale is het allereerste echte samenleeswoordenboek. Lezen leer je door het veel te doen. En samen lezen is, zeker in het begin, leuker dan alleen. In ieder verhaaltje zijn zinnen opgenomen voor beginnende lezers. Die zijn afgedrukt in een groter lettertype en in een andere kleur. Net als bij de andere boeken van Van Dale staan de woorden achterin weer geordend per thema. Voordat je begint met het lezen van een verhaaltje kun je vragen aan je kind hoeveel betekenissen het weet van één van deze woorden. Daarmee prikkel je de nieuwsgierigheid, en blijven de andere betekenissen beter hangen als je het bijbehorende verhaaltje gelezen hebt. Ook hierbij kun je het beste per thema werken (bijvoorbeeld beroepen).