Verburch-hof

BreinRijk

Expeditie Moendoes

De kinderen in BreinRijk zijn op expeditie geweest. Als echte wetenschappers hebben zijn een nieuwe planeet, Moendoes ontdekt.

Maar.....

Hoe kom je nou dingen te weten over die planeet? En denk je dat, of is die informatie echt waar? Met behulp van vragenkaartjes en publicaties van vorige wetenschappers gingen de kinderen aan de slag. De moeder van Demi kwam ons helpen.

De kinderen kregen, in groepjes of alleen, drie kaartjes. Op het kaartje stond een vraag over de planeet, waarop het antwoord gevonden moest worden. Je kon het antwoord vinden, door verschillende informatiebronnen te raadplegen en te combineren. Daarbij kon je ook gebruik maken van de gepubliceerde antwoorden van de andere wetenschappers (klasgenoten). Als je dan een antwoord had, kwam je dat bij een van de juffen melden, die vervolgens gingen doorvragen: hoe kom je daar aan, hoe weet je dat, hoe ben je er achter gekomen. Als het antwoord klopte, dan kreeg je een antwoordkaartje, jouw publicatie.

De vragen bij groep 6/7 waren net iets pittiger dan die van 3/45, maar we kwamen heel veel te weten. Over de planeet Moendoes, maar ook over onszelf: zet ik door, geef ik op, combineer ik dingen?

Bij de evaluatie leerden we dat wetenschappers kennis moeten hebben, nieuwsgierig moeten zijn en moeten kunnen puzzelen.

 

Op de foto's ziet u de kinderen van 3/4/5 in actie. Vanessa, nogmaals bedankt voor je hulp!

 

Frustratie of doorzetten?


Omgaan met frustratie, oefenen in doorzetten, oefenen met verschillende denkmanieren (analytisch, creatief en praktisch), verbeelden, alternatieven blijven zoeken; dat alles zat in de oefening die we afgelopen maandag in BreinRijk deden.

De opdracht? Je krijgt 1 stevig A4 en een schaar. Maak een toren die zelf kan blijven staan. Ja, alleen een vel papier en een schaar. Wie maakt de hoogste toren?
Sommige kinderen gaan gelijk knippen, sommigen zeggen: dat kan ik niet, sommigen staren voor zich uit (of is het denken), iemand roept, dat blijft nooit staan. Maar binnen twee minuten wordt er fanatiek geknipt en dan komen de eerste scores binnen. 29 cm, hé dat is precies de lengte van een A4. Klaar! roept iemand, maar hij raakt toch geïnspireerd door wat er om hem heen gebeurt en gaat verder met knippen, bouwen en uitproberen.
Ze mogen één keer een nieuwe kans, een ander blaadje pakken, maar dan moet de eerste weggegooid.
Dan komt Gijs, met 44 cm. Kinderen zijn onder de indruk en bouwen verder. We schrijven de behaalde getallen op het bord. Stoppen is weer moeilijk vandaag. Twee kinderen geven het een beetje op, maar gaan dan andere kinderen helpen met meten.
Justen haalt de hoogste toren, zijn eerste toren is 46 cm, zijn tweede 67 cm hoog en hij blijft prima staan. Knap!

We evalueren en reflecteren en ontdekken:
- Dat het jammer is dat je geen lijm mag gebruiken (echt niet juf?)
- Dat je je toren niet stiekem ergens tegen aan mag laten leunen
- Dat niet alleen de lengte belangrijk is, maar ook de stevigheid.
- Dat je hem bovenaan niet topzwaar moet maken.
- Dat je dingen uit moet proberen en dat er soms iets mislukt, maar dat je opnieuw kunt beginnen.
- Dat eerst nadenken wel beter helpt dan gelijk gaan knippen.
- Dat meten ook nog lastig is, met linialen langs je toren, die niet om mag vallen tijdens het meten.
- Dat sommigen het opgeven, maar dan een andere nuttige taak zoeken.
- Dat het slikken is, dat jouw toren niet te meten is, omdat hij niet staat, maar hoe mooi het is dat je er dan wel van geleerd hebt en dat je dat onder woorden kunt brengen.

Kortom, het proces stond centraal, het eindresultaat is niet altijd het belangrijkste.

Creatief denken

© BreinRijk Verburch-hof

Neem een standaard voorwerp, bekijk het kritisch en verzin een nieuwe toepassing. Presenteer die aan de anderen in een soort reclame.

 

Drie manieren van denken

© BreinRijk Verburch-hof

Er zijn drie manieren van denken:

  • Analytisch
  • Creatief
  • Praktisch

 

De opdracht: gebruik 25 dominosteentjes. Tik de eerste aan en laat ze vallen. Ik meet de afstand tussen het eerste en laatste steentje. Je mag niets meer aan de juf vragen. Welk groepje wint?

 

 

Aan het eind evalueren we de manieren van denken, welke heb je wanneer ingezet, welke zou je meer in willen zetten?

Kritisch reflecteren dus.

Programmeren

Na het binaire tellen en pixels tekenen, zijn we aan het programmeren gegaan. Eerst met bekertjes, daarna met een 'robot' die een boterham moest smeren.

We ontdekten dat je heel precies moet zijn in je aanwijzingen.

Vandaag hebben we een poppetje op de computer laten bewegen.

Chris heeft het poppetje de letters van zijn naam neer laten leggen. Koen en Wout hebben het poppetje alle dieren naar Afrika laten verplaatsen. 

Myrthe maakte een keuze programma waarbij het poppetje kon kiezen of hij naar de vos of de adelaar wilde lopen. Ze liet hem daar leuke routes bij lopen.

ER waren ook poppetjes die hun handdoek in de zee legden, op een reddingsboei en daarop gingen dansen.

Het lukte iedereen om het poppetje drie seconden op de handdoek te laten zitten.

We hebben gemerkt dat de herhaalfunctie handig kan zijn.

We hebben geleerd dat je fouten kunt maken, maar dat je door goed nadenken (je verplaatsen in de richting waarin het poppetje kijkt bijvoorbeeld) het ook weer heel snel kunt aanpassen. 

 

Klik hier voor het filmpje van Chris.

Klik hier voor het filmpje van Koen en  Wout

BreinRijk is gestart!


Maandag hebben we gesproken over onszelf, over respect hebben voor elkaar en elkaars mening. We filosofeerden over de vraag: Kun je alles leren? Met de ene groep kwamen we terecht in het heelal en het universum en de vraag: Is dat wel of niet eindig? Met de andere groep kwamen we terecht bij praktische oplossingen hoe we een giraf konden leren vliegen. 

We konden een doolhof tekenen, zonder dat we met elkaar spraken, maar door wel samen te werken. Communiceren kan door praten, maar ook door kijken (wat doet de ander), door te voelen (hoe hard trekt de ander, moet ik daar in mee gaan of juist niet). We kwamen er achter dat iedereen belangrijk was bij het samenwerken.

 

 

Vrijdag hebben we geleerd dat een computer eigenlijk een dom ding is, en pas iets kan doen als wij mensen commando's geven. Computertaal bestaat eigenlijk alleen uit nullen en enen (nee en ja). We gingen praktisch aan de slag met binair tellen. We hebben cijfers ontcijferd en woorden gemaakt en ontcijferd. Soms samen en soms alleen.


Elke bijeenkomst eindigen we met een persoonlijke evaluatie in één zin.  In die zin (losse woorden mag ook) kun je aangeven wat leuk was, wat nieuw was, wat je hebt geleerd, wat je bijzonder vond. Zo ontstaat een soort dagboek.?

 

 

© BreinRijk Verburch-hof